Open brief

Geachte minister Blok,

Het spijt mij dat u deze brief met enige vertraging ontvangt, maar het heeft mij wat tijd gekost om woorden te vinden die recht doen aan het gevoel dat u met uw recente uitlatingen bij mij opwekt. Als burger van ons mooie, door meer dan 180 nationaliteiten bewoonde land voel ik een zekere verantwoordelijkheid om mijn woorden zorgvuldig te wegen. Zeker wanneer ik ze richt tot de man die mij en al die andere Nederlanders vertegenwoordigt in de rest van de wereld. 

Met verbazing heb ik kennisgenomen van uw visie omtrent de werking van de multiculturele samenleving. Het doet mij groot verdriet te constateren dat u kennelijk diep wantrouwen koestert in de kracht en de mogelijkheden van verschillen, juist in een tijd waarin onze samenleving meer dan ooit maatschappelijk leiders verdient die haar met vertrouwen leiden en vertegenwoordigen. Leiders die de kracht hebben om bruggen te bouwen tussen mensen, culturen en religies.

Wanneer ik kijk naar Nederland, het land dat u vertegenwoordigt, dan zie ik een samenleving van burgers die hun best doen. Burgers die zich, ondanks hun angsten, ondanks hun soms grote verschillen en ondanks het feit dat het lang niet altijd goed gaat, iedere dag weer inzetten om te verbinden met elkaar; om samen te leven. Is het dan van een leider, van een vertegenwoordiger van ons land te veel gevraagd om al die burgers hierin te motiveren, in plaats van hun inzet met cynisme te beantwoorden? Is het in deze open, eenentwintigste-eeuwse, multiculturele wereld van een minister van Buitenlandse Zaken te veel gevraagd om die wereld met respect te behandelen en haar met vertrouwen tegemoet te treden?

Minister Blok, het belangrijkste instrument van een minister van Buitenlandse Zaken is zijn of haar beheersing van taal. Alleen met de juiste inzet ervan kunnen mensen verbinden met elkaar. U heeft als minister een bijzondere verantwoordelijkheid om uzelf te beheersen en uw taalgebruik te beheersen. Ik sprak al over mijn verbazing, als ook mijn verdriet. Rest mij nog een laatste aspect van het gevoel dat u bij mij opwekte te verwoorden, namelijk diepe schaamte. Ik heb uw optreden, dat – laten we eerlijk zijn – te lang duurde en te weloverwogen was om het af te doen als een ‘verspreking’, met diepe schaamte tot mij genomen.

U treedt de multiculturele samenleving tegemoet met een cynisme dat uw ambt onwaardig is. Beleefd vraag ik u dan ook of u plaats wilt maken voor iemand met een visie én een taalbeheersing die Nederland in de eenentwintigste eeuw verdient.

Met verbindende groet,

Victor Broers
Oprichter van het Congress of Europe